Vlees en stenen

In april dit jaar schreef ik een artikel over kwaliteitsborging en bouwregelgeving. Mijn boodschap was dat ik deze nieuwe wetgeving meer als een bezuinigingsmaatregel van de overheid beschouwde, dan een structurele verbetering van de kwaliteit op het gebied van bouw en de regelgeving.  Het is nu even stil in het nieuws rondom deze ontwikkeling. Ander nieuws trok echter wel mijn aandacht. Het toezicht op de vleesverwerkende industrie gaat juist weer terug naar de overheid. Dit verwondert mij. Waarom voelt de overheid verschillende verantwoordelijkheden voor verschillende economische sectoren?

Schandalen werken

Nadat de overheid in 2006 de kwaliteitscontrole in de vleesverwerkende industrie volledig in het private domein heeft teruggelegd, is deze industrie hard aan het werk gegaan om deze uitdaging op een goede manier in te vullen. In 2008 melden voornamelijk de grotere bedrijven dat zij de kwaliteitsborging goed onder controle hebben, maar dat zij ook veel kleinere leveranciers zien die er minder consequent met omgaan. Ook maken zij zich zorgen over de rest van de keten, die buiten de scope van de kwaliteitscontrole vielen. Daar waar zij voorheen wel door de overheid (VWA) werden gecontroleerd.

De overheid heeft destijds deze signalen genegeerd. Totdat in 2013 aan het licht kwam dat bij een grote vleesverwerker paardenvlees werd verwerkt in zogenaamde rundvleesproducten. Dit schandaal leidde tot een grootschalig onderzoek en de conclusie dat deze praktijken regelmatig voorkwamen in deze sector.

Pas op dat moment durfde de overheid “het beestje bij de naam te noemen” en het advies over te nemen om het toezicht anders in te richten. Toezicht en kwaliteitscontrole wordt weer belegd bij de publieke sector. Terug bij af dus.

Twee keer stoten aan een steen

Mede op basis van mijn argumenten in mijn eerdere blog kom ik tot de conclusie dat er een evidente parallel is tussen de kwaliteitsborging in de bouw en in de vleesverwerkende industrie. Vanuit een krimpende overheid wordt gestreefd naar het maximaal verschuiven van taken en verantwoordelijkheden naar de private sector en er is geen goede overgangsperiode en gecontroleerde overdracht. Vervolgens blijft de overheid volhouden dat het goed gaat, want het staat toch goed op papier. Vervolgens wordt er verontwaardigd gereageerd als de bouwsector er weer een potje van maakt. Niet structureel, maar omdat een  incidenten plaatsvinden, die leiden tot een nieuw schandaal. Ik denk daarbij terug aan de ingestorte balkons in Maastricht in 2003. Destijds werd ook getwijfeld aan het aandeel van Bouw- en Woningtoezicht. Een dergelijk incident zal straks na 2017 een geheel andere lading krijgen als de borging bij de bouwer ligt.

Je hoeft dus niet gestudeerd te hebben om de vergelijking te trekken. De overheid leert slecht van haar fouten.

Leren van fouten

Wat zóu de overheid kunnen leren van de ontwikkelingen in de vleesindustrie? In ieder geval dat het nog een keer proberen op dezelfde manier weinig succesvol zal blijken.  Waarom gedraagt men zich als een hond, die met een te brede stok keer op keer door een deuropening wil lopen.

Ik blijf bij mijn standpunt dat het niet slecht hoeft te zijn om de kwaliteitsborging bij de private sector te leggen. De publieke sector moet zich echter wel bewust blijven dat dit niet van de ene op de andere dag geregeld is.